Column: Katloos
Ik ben gek op (gewervelde)huisdieren. Het maakt niet uit of het nou een hond, kat of dwerghamster is. Zelf had ik tot voorkort een kat. Het beest had op het laatst last van allerlei ziektes. Eten werd nog net niet helemaal fijngeprakt voor dat hij het kon eten. Met veel gelik en gekuch werd alles naar binnengeslobberd. Zo kon het niet langer meer goed gaan. Toen zelfs het vloeibare voedsel niet meer werd binnengehouden of opgegeten was het duidelijk. Minou ging dood.
Een week kon ik het aanzien, waarna ik vervolgens met een brok in mijn keel naar de dierenarts ging. Even daarvoor had ik nog gelezen dat het misschien de niesziekte was en dat was sowieso te genezen! Er was dus verlenging mogelijk van het fantastische leven van mijn kat. “Deze kat heeft inderdaad de niesziekte” vertelde de dierenarts na een tijdje. “Dus hij is te genezen?” vroeg ik. “Nou meneer, er is veel meer aan de hand. Die nieren zijn op, en zijn zo klein als een pinda. Dat gaat gewoon niet meer.”
Minou kwam samen met zijn broertje Gompie in 2002 in mijn huis wonen. Samen waren ze onafscheidelijk. Gompie was geestelijk gehandicapt en Minou had hartritme stoornissen en astma. Ja, het was een stelletje kneusjes bij elkaar. Vaak hadden ze ruzie. Gompie, bijna twee keer zo groot, probeerde Minou altijd als een soort sekspop te gebruiken. Begrijpelijk had Minou daar geen enkele trek in en tikte hem daarop altijd vol op zijn bek.
Gompie overleed in 2008 na een sterfbed van een dag. Ik was een beetje bang dat Minou zich wat onwennig zou gaan gedragen. Niks van dit alles. Het rijk was nu alleen voor hem. Geen broertje meer die alle aandacht op zou eisen en verkrachtingsneigingen had. Hij was vrij.
Zo ging het twee jaar lang uitstekend tot de laatste maanden.
“We kunnen hem laten inslapen of u neemt mee naar huis en dan duurt het nog een week denk ik.” Minou keek me af en toe aan met een glazige blik. Meenemen om thuis te laten sterven leek me niet zo’n goed plan. “Doe het maar” zei ik. Met een grote spuit met een kleine naald voorop werd vervolgens een einde gemaakt aan het leven van mijn kat.
Gelijk daarna ben ik naar het tuinhuis van mijn moeder gereden. Ik nam de doos met Minou er in mee naar het tuintje. Precies naast het grafje waar Gompie lag begraven groef ik een grote kuil. In doeken gewikkeld legde ik het levenloze beest in het gat. Het was de laatste der Mohikanen. Nu maar hopen dat ze geen ruzie krijgen onder de grond.

